Lars Gustafson

Gedicht, titel mij niet bekend. Opgenomen in J. Bernlef: Ontroeringen, essays Querido 1991.

 

Wat wij ‘ik’ noemen

is het meest onpersoonlijke dat wij bezitten:

stemmen van leraren,

de kleuterjuf met haar lineaal,

het fluitje in het al te luid weerkaatsend gymnastieklokaal.

Wat wij ‘dat’ noemen:

het orgasme, de plotselinge inval,

de woedeaanval die even bliksemsnel opdoemt

als de ingeving.

Dát alles is het meest persoonlijke wat wij bezitten.